van boerenbunker tot moderne opvang


Boerderijen, kronkelende bospaadjes, greppeltjes en bruggetjes – het complex Prinsenbosch in Gilze Rijen ziet er op het eerste gezicht niet uit als een militaire basis. Maar toch heeft de Duitse bezetter het in 1940 voor deze functie gebouwd. De ruim 70 kazernegebouwen werden in een schijnbaar willekeurige positionering aangelegd in de vorm en architectuur van een boerendorp (Heimatschutzstil), als camouflage en bescherming tegen de vijandige partij. Bijna alle gebouwen op het terrein zijn rijksmonumenten. Braaksma & Roos Architectenbureau is ingeschakeld voor de renovatie voor het huidige gebruik: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft hier een opvanglocatie gevestigd voor bijna 1200 bewoners. De locatie wordt geschikt gemaakt voor prettig wonen voor gezinnen en wordt flexibeler in het gebruik.

Inmiddels zijn de eerste woningen al in gebruik en zijn de woningen uit de tweede fase van het project opgeleverd. Hierna volgen nog drie bouwfasen waarbij de voormalige logiesgebouwen en loodsen van het terrein worden herontwikkeld tot moderne opvang. Het uitgangspunt is altijd een zo efficiënt mogelijke omgang met overheidsmiddelen.

De gebouwen in Prinsenbosch hebben een overwegend landelijk uiterlijk, als een gewoon Nederlands dorpje. Maar achter de bakstenen gevels gaat niets minder dan een sterke kern schuil. Bij de entrees is deze sterke structuur nog zichtbaar, de muren zijn vaak wel 60 cm dik. De meeste gebouwen qua opbouw wat weg van een bunker: zo min mogelijk kleine openingen in de gevels – de ramen zitten bijvoorbeeld vaak wel op 1.70 hoog. Alles om eventuele (scherf)schade bij een aanval zo veel mogelijk te beperken. De gebouwen zijn door de tijd heen ook al behoorlijk aangepast. Tijdens de renovatie worden monumentale karakteristieken zo veel mogelijk behouden, maar worden er ook aanpassingen gemaakt t.b.v. de leefbaarheid. Om de rust en de eenheid van het ensemble te behoeden volgen alle nieuwe aanpassingen dezelfde strategie die past in de bestaande systematiek. In de kap zorgen nieuwe dakkapellen voor voldoende daglicht. Het landschap wordt in samenwerking met Marlies van Diest opnieuw ingericht met ‘leefzones’, die afwisselen tussen open en besloten.

Op het terrein komen ook een aantal nieuwe gebouwen, zoals een gebouw in het teken van gezondheidszorg en een woongebouw voor mindervaliden. De nieuwbouw leent elementen zoals de metselwerk plint en de rationele ritmiek van de bestaande monumenten. Maar door het gebruik van andere materialen krijgt het een eigen karakter. Het gebruik van zink , stalen dakplaten en gevelpanelen dragen bij aan het utilitaire karakter van het gebouw, terwijl de houten details een vriendelijke toon toevoegen.

Niet alle kenmerken van de gebouwen zijn goed bewaard gebleven, zoals de luiken of het kleurgebruik. Tijdens de renovatie worden deze waar dat kan zo goed mogelijk teruggebracht. Bijvoorbeeld bij het vrijwilligersgebouw – met z’n houten afwerking de vreemde eend van het terrein. Op basis van kleur historisch onderzoek is de hele schil vernieuwd. De oude munitiebunker was uitzonderlijk slecht bewaard gebleven. Op de stalen deuren na stond het eigenlijk op instorten. In plaats van slopen er voor gekozen om deze te transformeren tot vleermuizen hotel. De constructie is verstevigd en binnen in het gebouw is vleermuizenlabyrint gebouwd waar de beestjes lekker kunnen hangen.